Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
GRONDEN DER
deze verfcbeidenheid vele overeenkomften, wel-
ke de gellachten eil foorten uitmaken, b, v. on-
der cie vele dieren zijH honden in gedaante altijd
ondsrfcheiden van Tcatten, en onder de millioe-
nen boombladen zijn er altijd overeenkomftcu in
de verfchiller de foorten; zoodat men altijd lin-
debladen van eikenbladen duidelijk onderfchei-
den kan. Zoo ook blijven de verfchillende kristal-
len der zouten, altijd in derzelver foorten gelijk,
b. V. die van ons gemeen keukenzout zeer ou-
derfcheiden van die van d>; falpeter, enz.
- S- 8.
Vastheid of ondoaniringbaarheid is, ingevolgs
5. 3. de hoofdeigcnfchap, — het eerfte vi^at wij van
de (lof kunnen denken, cn waarop het overige
rust; het is dan die hoedanigheid der ligchamen ,
waardoor zij beletten, dat een ander ligchaam in
hunne plaats dringe; en hierdoor is het ook,
dat een natuurkundig ligchaam (waarover wij ei-
genlijk fpreken) te regt onderfcïieiden wordt
van een denkbeeldig of wiskundig ligchaam; want
een denkbeeldig of wiskundig ligchaam bcftaat
alleen in uitgebreidheid van lengte, breedte en
hoogte, en men kan zich, zoo als de Wiskun-
digen gewoon ziin te doen, het eene ligchaam,
te gelijker tyd met een ander ligchaam, in dezelf-
de plaats verbeelden; maar dit kan nimmer het
^eval zgn in de natuurkundige of wezenlijk be-
ftaande ligchamen; hier belet altijd het eene lig-
chaam het andere om in deszelfs plaats te komen;
hoe klein hetzelve ook zijn moge, heeft het vast-
heid, en bezit daardoor altijd het vermogen om
tegenf!;and te bieden; en het is ook door deze
figenfchap alleen, dat wij een gezigt, verfchiin-i
-fel, of zoogenaamde fchiia of fchaduw, van het i
wa« i