Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
104 gronden der
bijzonderheden lette, als: dat de Barometer by
eenen NoorJevvind altijd rijst, dat hij in bergach-
tige landen altijd lager liaan moet, dan in lage
landen, (§. i8i.) e" dat dezelve altijd des zomers
Blinder rijst en daalt, dan des winters, enz.
283.
Wanneer wii nu hetgene in (§§. 272 en 274.)
gezegd is, bijeen vatten, dan zijn de wolken
zoodanige dampen, welke, door de lucht niet op.
gelost kunnende worden , ,in dezelve rondzwe-
ven; deze, meerder verdikt wordende, zoodanig
dat de lucht dezelve niet meer ophouden kan,
vloeiien te zamen tot waterdroppen, en vallen in
regen neder.
S- 284.
De sal1ssup.e ontdekte in zijnen togt op de Al-
pen , dat de dampdeeltjcs der wolken geene vaste
waterbolletjcs, maar veeleer waterbelleijes waren,
van binnen ItoI en opgevuld met eene Ilof, mer^
kelijk ligter dan de lucht, en waarfchijnlijk zui-
veren waterdamp; (§. 272.) deze ftaat der damp-
deelen in de wolken, en hetgene wij van de Elektri-
citeit (§-275.) gezegd hebben, is de oorzaak,dat
men dikwerf, bij eene, dagen lang,gedurig betrok-
kene en wolkachtige lucht, geenen regen zitt vallen.
S. 2§5. •
Wanneer de dampdeeltjes in de lucht hangende
bevriezen , en alsdan te zamen vloeijen en zich aan-
een hechten , zoodat de lucht dezelve niet meer op-
houden kan, oniflaat'er fnecuw: deze fneeuw-
dceltjes even als de dampdeeltjes meestal geëlektri-
feerd zijnde, flooten elkander af, en trekken elkan-
der beurtelings aan; vandaar is.het, dat de fraaije
fneeuwfiguren geboren worden.
S'