Boekgegevens
Titel: Gemakkelijke voorstellen uit de algebra of stelkunst: ten dienste der scholen en bij bijzondere lessen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: J. Kuijpers Hz., 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. P.B. 171 : 1e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206070
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Redactierekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemakkelijke voorstellen uit de algebra of stelkunst: ten dienste der scholen en bij bijzondere lessen
Vorige scan Volgende scanScanned page
C )
211.) A. en B hebben elk een aantal
ganzen. Hoe veel? Neemt men van het
getal van B 6 (luk, en doet die bij het
getal van A, dan is de grootte van beide
getallen gelijk. Maar neemt men van de
fom van A 3 ftuk, en doet die bij de
fom van B, dan is deze viermaal zoo
groot, als die van A.
212.) Karei wilde gaarne weten,
hoe veel kerfen zijn broeder bekomen,
en hoe veel zijn vader nog in voorraad
heeft. Zijn vader zeide: Reken het uit.
Neemt gij van de kerfen, welke ik be-
houden heb 10 ftuk, en doet die bij de
hoeveelheid, welke Jak oh bekomen
heefc, dan hebben wij beiden even veel.
Neemt gij echter van JakoFs kerfen 5
ftuk, en legt die bij de mijne, dan heb
ik 4 maal zoo veel als hij. Hoe veel
heeft nu ieder?
213.) Geef mij een guld. van uw geld,
zeide A tot B, zoo heb ik zoo veel ais gij.
B zeide: geef mij een guld. van uw geld,
zoo