Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
65
lao. Ook ziin de woorden, op ing uitgaande,
van liet vrouwelijke geslacht, nanieliik die welke
van het worteldeel van eenig werkwoord afgeleid,
de dadelijke werking beteekenen, als: aandrijving,
belooning, rermaning, betering enz.; zonder dat
hierooitrent eenige uitzondering plaats heeft. Doch
hiermede moct men niet verwarren eenige oor-
spronkelijke woorden , of zulke, die niet van
werkwoorden afkomen, als: ring, kring, perning-,
noch andere, in ling eindigende, als: vreemdeling,
zuigeling enz., welke mannelijk zijn.
lai. Tot het vrouwelijke geslacht behooren
ook de woorden, welke, van naamwoorden afge-
leid, op ij uitgaan, en eenen staat, eene bedie-
ning, of werking aanduiden, als; abdij, burgerij,
dieverij, hoovaardij , maatschappij, artsenij, schil'
derij enz.; ten aanzien van welk laatste woord ech-
ter dikwijls gehoord wordt het schilderij. Doch
hiervan zijn geheel onderscheiden de woorden,
welke met -het voorzetsel ge van werkwoorden ge-
maakt worden, als: gerij, getij, gevrij; van welke
bij de onzijdige naamwoorden zal gehandeld worden.
I2U. Ook wordt de uitgang ««, achter werk-
woorden gevoegd , en eene daad of gesteldheid
beteekenende, vrouwelijk geacht, als: ergernis,
behoudenis, belijdenis, geheugenis enz. Echter
heeft hier ook weder eenige .afwijking plaats, als
blijkt uit vonnis en getuigenis, waarvan het eerste
onzijdig, en het laatste vrouwelijk en onzijdig
gebezigd wordt.
E 123.