Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
56 sf NEDERDUITSCHE'
schim, schimmen, minnares, minnaressen, geluige-
tiis getui^enisnn, vriendin, vriendinnen, man^
mannen, bal, ballen, rijkdom , rijkdommen, ge-
no:lschap, gcnootichappen enz.
S. 97- "^üe zelfstandige naamwoorden, welke,
van bijvoegeliike afgeleid, in htid uitgaan, heb»
beu, in het meervoud, heden, ah: waarheid, waar-
heden enz. Deze zaciitstaartige uitgang, dienen-
de , om het bocdanige tot eene hoedanigheid over
te brengen, wtie oudtijds niet heid, maar Wc, en
van hier het meervoud heden.
§. 98. Sommige zdfsiandige naamwoorden heb-
ben, in het ui-eervoud, ets cn eren, als: kind,
hinders, kinderen, kalf, kalvers, kalveren (ook
kalven'), rund, randers, runderen, blad, bladers,
bladeren (ook bladen) , been, beenders, beenderen
(ook beenen, schoon beenen en beenderen onder-
scheiden gebruikt worden;, gemoed, gemoederen
(ook gemoeden), volk, volkenn (ook volken,, rad,
raders, raderen (ook raden), lied, liederen enz»;
welke woorden oulings, in het enkelvoud, op er
uitgingen, als: kinder, kalver, volker enz.
99. Uit het boven (§. 95.) aangevoerde blijkt
de misslag van sommigen, die , in eenige zelfstandige
naamwoorden, twee kenmerken van het meervoud
bijeen voegen, schrijvende begeerte, begeertens, be-
hocjte, behoeftens tnz., alwaar de s geheel overtollig
is, als wordende het meervoud reeds door de ach-
ter
Zie l. ten kate, AnnUii. enz. D. I. bl. 383-
»