Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
80 sf NEDERDUITSCHE'
van cie laatste lettergreep slechts eenen klinket
heeft, uit;;aande op i, /, en en in het
meervoud den laatsten medeklinker verdubbelende,
als: kriby ktibben, bel, bellen enz , worden ver-
lengd, en nemen den verkleinenden uitgang //'caan,
bij voorbeeld: schubbetje^ schelletje, kommetje, ja*
ponnetje, vrieudinnetje enz.
3. Voor je Zfigt men ook jen (oudtijds gen") en
ken, als, droacijen, draadken, en in sommige
woorden, om de welluidendheid, sken, als: jongS'
ken, doeksken (*)•
a. Over de getalhn, of het ett^d- en meervoud
der ztlfitandige naamwoorden.
88. Een zelfstandig naamwoord duidt of eene
enkele zaak, of verscheidene zaken tegelijk aan.
Het eerste geval noemt men enkelvoud, of het en-
kelvoudige getal, en dit stelt de zaak als eene
eenheid voor; het andere noemt men meervoud, of
het meervoudige getal; en dit duidt de zaak als
sene meerderheid aan. Zoo is, bij voorbeeld,
man het enkelvoud, en ma/itien het meervoud.
89. Alle zelfstandige naamwoorden, van wel-
ken aard zij ook mogen wezen, hebben of beide
getallen tegelijk, of ten minste een derzelven.
Al
Zie verder inij'n Nedtri. taalk. woerdenhttk, bij