Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST* 3?
schoon — het kind slanpt, oï is slapende, de vogel
vliegt, of is vliegende.
80. 7. De woorden, welke ter nadere bepaling
van de werkwoorden, of ter aandiiiding van den
tijd wanneer, de plaats waar, of de wijs hoe iets
is, of geschiedt, gebezigd worden , dragen den
naam van bijvoorden, en zijn, bij voorbeeld, gis-
teren, hier, noodzakelijk enz.
§. 81. 8. Om de betrekkingen en omstandighe-
den der voorwerpen, en den wederzijdschen in-
vloed, dien zij op elkander hebben , uit te drukken,
gebruiken wij voorzetsels, als: aan, in, bij, enz.
82. 9, Ter aanduiding van de betrekking, wel-
ke de eene rede op de andere heeft, en ter ver-
binding van deaelve met elkander, dienen de
voegwoorden, als: daar, dewijl, maar enz.
§. 83. Gemeenlijk telt men de deelwoorden {par-
ticipia) ook ouder de taaldeelen; doch zij zijn ei-
genlijk slecht» van de werkwoorden afgeleide bij-
voegelijke naamwoorden. Daarentegen verdienende
telwoorden , en inzonderheid de bepaalde telwoorden,
met meer regt, onder de deelen der rede geraug-
schikt te worden, dewijl die van de overige woor-
den geheel onderscheiden zijn.
na*