Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. fl?
40. Verkeerdelijk derhalve werd de c oudtijds
voor genoegzaam in al onze klinkers geplaatst, als
mede ter sluiting van eene lettergreep, in sttde
van de ^gebezigd; terwijl dezelve naderhand, aan
het einde eener lettergreep, voor de k geplaatst
werd; doch ook dit werd, in lateren tijd, als over-
tollig afgeschaft, en men schrijft thans, naar den
aard onzer taal, en in navolging van de achtbaar-
ste schrijveren: kamer, kel.Ur, koopen, kunnen,
dik, stuk, sieren enz.
41. Voor de q en x hebben wij de geliikhii-
dende klanken kw en ks, en wij schrijven derhal-
ve kwaad, kwellen, kwijten enz. — dagelijks, deS"
gelijks, des volks enz.
4a. De h is, eigenlijk, noch klinker noch me-
deklinker, schoon zij doorgaans echter onder de me-
deklinkers gerangschikt wordt; zij is niet meer, dan
een schielijke ophef en eene scherpe uitblazing vaa
adem voor het begin van eenen klinker (f), gelijk
ontwijfelbaar daaruit blijkt, dat zij in geen onzer
woorden als wortelletter voorkomt, en bij dezelfde
woorden, in verschillende gewesten van Nederland,
bijgevoegd of weggelaten wordt. Zoo zeggen, bij
voorbeeld, de Zeeuwen , Vlamingen en die van Gou-
da aan, ond, uis, terwijl de overige Nederlanders
dit haan, hond, huis, uitspreken. Zoo zeggen wij
hooren, met de h, terwijl wij dezelve bij het grond-
woord
(*) Zie de boven genoemde Verhandel, evijr ds ütitrf, siell^
bl. 80, 81
(t) l. TEN XATE , D.. I. bl, IM.
c