Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
a« NEDERDUITSCHE
5. Over de spelling met ij en ei.
§. 33. Niet minder opmerking verdient het onder-
scheid tusschen ij en«, dat, voor twee en meer eeu-
wen, in onze taal, genoegzaam zonder uitzonde-
ring, geheerscht heeft, en, even als het onderscheid
tnsschen de zacht-lange en scherp-lange e en 0,
op de uitspraak gegrond is, en nog, in verscheidene
gewesten van ons vaderland gehoord wordt. Doch,
schoon de oorspronkelijke onderscheiding van ij en
in de schrijftaal, nimmer zoo verwaarloosd is
geworden, als die van e, cc, 0 en o», moet het
echter voor hen, die aan dit verschil der uitspraak
niet gewoon zijn, altoos moeijelijk vallen, hetzelve
behoorlijk op te merken , en hunne spelling daarnaar
te regelen; waarom het niet ondienstig kan geoor-
deeld worden, ook hieromtrent de noodigehulpmid-
delen aan de hand te geven.
34. De ij wordt gebezigd, i. in ongelijkvloei-
jende werkwoorden, welke in den onvolmaaktver-
leden tijd en het verledene deelwoord denzelfden
klinker aannemen , als: blijken, bleek, gebleken,
blijven, bleef, gebleven, bijten, beet, gebeten,
drijven , dreef, gedreven, lijden, leed.^ geleden,
nij'
batiMing ever dt Neierduitscbe spelling , van den Hoogleeraar
M. SIEOENBEEK, bl, Ii8—I3Ö. Vertoog over de spelling
der Nederduitscbe taal, van den Hoogleeraar A. kluit, in de
Nieuwe Bijdragen , bl. 346. en verv. tn vergelijk met deïen L.
tew KATE, I. D. bl. 211—309.