Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
sf NEDERDUITSCHE'
het uitspreken, als zamengesmolten» echter nood-
zakelijk eenen gemengden klank hebben. De
eerste noemt mert tweeklanken^ de laatste drie-
klanken,
S. Een tweeklank ontstaat, door zamenvoe-
ging van de enkele a, e, i, o, u, met e,
I, of u, als:
A met u, in dauv. Paus,
e met 1, in heiy wei,
E met u, in beuk, reuk,
1 met e, in dienst, vriend,
o met e, in bloed, goed,
O met u, in bout, hout,
u met I, in bruid, kruid.
En, schoon de eerste klinkers verdubbeld, of
aa, ee en 00 met i of u, zamengevoegd, en
de woorden dus in gedaante en uitspraak verlengd
worden, zijn zij echter niet meer dan tweeklanken,
als: maai, zaai^flaauw, laauw, leeuw, fneeuw,
hooi, mooi (♦).
Een drieklank heeft plaats, wanneer ie, of oe
met u, of I, zamengevoegd wordt, als: hieuw„
nieuw, boei, foei.
§, la. In opzigt tot de verlenging van de twee-
en drieklanken, welke op i eindigen, is niet altoos
eenparig gedacht, daar sommigen maaien of
maajen, boeien, of boejen enz. ,en znAiXcn maai jen ,
boüjen, enz. schrijven. Doch daar het verdubbe-
len van de /, of het plaatsen van de / achter de i,
aan de uitspraak best schijnt te beantwoorden, is de
schrijf-
(*) Zie als boven, bl. 140 en?.