Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNSt. ï15
met dit onderscheid echter, dat, bij het uitspreken
van a, e en i, de tong telkens meer aan het ge-
hemelte nadert, terwijl bij het uitspreken van de o,
de tong weder tot denzelfden afstand van het gehe-
melte terug keert, waarop zij zich , bij het uitspreken
van de a, bevond; hetwelk ook ten aanzien van
de ü plaats heeft; schoon de stem, bij het uitspre-
ken van iedere dezer letteren, gelijke krachten te
werk stelt.
9. De klinkers brengen leven en hoorbaar-
heid in de woorden. De letters m en n, bij
voorbeeld, maken, op zich zelve staande, geen
woord uit; doch plaatst men eene a, e, of i,
tusschen beide, dan ontstaat terstond het woord
man, men, of min. De klinker brengt hier,
gelijk in alle andere gevallen, het wezen van den
eenen medeklinker tot den anderen over, en plaatst
dezelve in een voortdurend verband met elkander,
terwijl de eerfte medeklinker nog in het oor klinkt,
wanneer de andere reeds uitgesproken wordt.
a. Over de twee- en drieklanken»
S» 10. Iedere enkele opening van den mond
maakt, gelijk boven reeds aangemerkt is, zoodra
zij hoorbaar wordt, eenen klinker uit, die altijd
eenvoudig en van eenen ongemengden klank is.
Wanneer derhalve de mond van de eene opening
tot de andere overgaat, dan worden eigenlijk
twee, of drie klinkers voortgebragt, die, schoon in
eene lettergreep bij elkander gevoegd, en, onder
het