Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
NE DE RDUITSC HE
§. 7. De Y is reeds vroeg voor de enkele i, ea
naderhand, door velen voor de lange ij, zelfs met
geheele verbanning van deze, gebezigd geworden.
Thans stelt men vrij algemeen, dat de ij van de-
zelfde kracht gerekend wordt, als de grieksche
en men oordeelt, dat dezelve ook alleenlijk in woor-
den van grieksche afkomst mag gebruikt worden,
als Cyprus, cyrenius, cylinder, enz (*)
S. De a, waarmede ons abé begint, is de
enkelvoudigste en ligtste klinker, die, door de on-
gedwongenste opening van den mond, zonder moei-
te voortgebragt wordt. Zoo dra de tong een weinig
nader aan het gehemelte komt, ontstaat de nog hel-
derder E; en uit deze wordt, wanneer de tong digt
aan het gehemeUe nadert, de i gevormd, als de
hoogste klank, dien de menschelijke spraakwerktui-
gen kunnen voortbrengen. Om de 0 uit te spreken,
zinkt de stem weder tot a , en geeft aan dezen
klinker, door de ronding der lippen, eene an-
dere gedaante, waardoor de o ontstaat. De laagste
klinker, welke, door de sterkste ronding, of sluiting
der lippen, gevormd wordt, is de u. Er heeft
derhalve, bij het uitspreken van de klinkletteren,
van a tot u, eene genoegzaam evenredige vernaau-
wing van den mond, of ronding der lippen,
plaats; zoo dat, bij de a, de mond het meest, bij
de E minder, bij de i weder minder, bij de o
nog minder, en bij de u het minst geopend is ;
met
(*) Zie als boven, bl. 66 env.