Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
220 (nederduitsche
»nsckuld; die treurige gebeurtenis moest ik eerst
nog beieven! hem moet gij gehoorzaam zijn; den
beoswicht, door zijn geveten gefolterd, is geene rust
meer beschoren,
4. Een voorzetsel met zijnen naamval: in zijne
aderen woelde een regt vaderlandsch vuur. Op de-
ze wijs moest de zaak wel goed ajloopen.
5. Ook bij de vraagswijze voordragt is het ge-
oorloofd, den nadruk door verplaatsing te be-
vorderen. Zoo duldt, bij voorbeeld, het zeg-
gen: zoude ik hem gehoorzaam wezenl tweederlei
verandering, naar gelang men de aandacht, oE
op den handelenden persoon, of op hem, die
het voorwerp der handeling is, wil gevestigd
hebben. In het eerste geval kan men zeggen:
ik zoude hem gehoorzaam zy«? in het laatste:
hein zoude ik gehoorzaam zijn?
6. Ook kan by eene vraag, of bij eenen vraags«
wijze voorgestelden uitroep, het zelfstandige naam-
woord vooraan komen, in welk geval hstzelve j
aan het einde, door middel van een voornaam-
woord, herhaald wordt, als: dit vergenoegen, zal
het mij ten deel vallen? De bloem der gezmdheid,
hoe schielijk verwelkt zij niet'i Dit echter mag
slechts zeldzaam en alleen dan, wanneer het eenen
bijzonderen nadruk geeft, plaats hebben.
§. 258. De boven opgegevene voorbeelden be-
vatten alleen die soort van omzettingen, waarbij
de plaats van het hoofddenkbeeld door eenig an-
der