Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
S 1> fi. A A Ü ÏC U iN S T.
305
254. Bijzonderlijk heeft deze woordschikking
plaats bij de voegwoorden ah, wanneer, tot dat,
evenwel, daar, dewijl, naardien, schoon, ofschoon,
hom/el, indien, zoo (voor indien"), zoo dra, nog-
tans enz., by voorbeeld : wanneer die tijd zal ge-
komen zijn ; evenwel wil hij gelijk hebben; nogtans
zou het hem niet baten', dewijl het uw voornemen
is enz. Zoo ook bij de betrekkelijke voornaRm-
woorden die, welke, bij voorbeeld: de menschen,
die gewoonlijk alleen op hun eigen voordeel zien.
Waarom zouden wij , die met eenen redelijken geeft
versierd zijn, ons hart aan de aarde vast kluiS'
teren?
Hgt volgende voorbeeld bevat beide, en cen
voegwoord en betrekkelijk voornaamwoord: de
Romeinen, die anders de regtvaardigheid in groote
ter hielden, streefden, met zoo veel drift, naar dt
opperheerschappij der wereld, dat zij, om deic te
verkrijgen, zich dc schandelijkste onregtv aar dikhe-
den veroorloofden.
§. 255. Dezelfde woordschikking wordt gebe-
zigd bij de betrekkelijke bijwoorden waar, waar-
bij, van waar, enz.; wanneer zij geene vragen
aanduiden, bij voorbeeld: hij schreef mij, waar
ik hem konde spreken enz. Ook bij de vraagwoor-
den w^fiz-e/», wat, hoe enz., wanneer daarmede ins-
gelijks niet gevraagd wordt: ik weet met, waarom
hij dat gezegd heeft', ik zie nu, hoe ik daarmede
har.deUn moet enzj
3. Over