Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst.
331
best vooraan: 0 Gij, die alsenoegziaw in u z'hen
zijt, en den dienst uwer schepselen geenszins behoeft,
versmaad onze hulde nitt!
249. Wordt een uitroep, of eene verwonde-
ring, vraagswijze voorges e!d, dan heeft hitr bet-
zelfde plaats, dat bij eigerlijLe vrj>r»n gesch^dt.
Hier namelijk staan de vraagwoorden even eens
voor het werkwoord, terw jl het onderwerp der re-
de op hetzelve volgt: hos veel zalige uren heb ik in
haar gezelschap gesleten! hoe gelukkig zijn zij, die
weinig behoeven i
5 250. Ook, wanneer men iets wenscht, doch
alleen dan, wanneer de wensch in dea verledenen
tijd geschiedt, en geen voegwoord daarbij gebezigd
wordt, hetwelk eene andere woordschikking vor-
dert: hadde ik het maar gedaan! mogts hii zijnen
wensch toch vervuld zien! gave God, dat het niet ge-
schiedde! Wordt de wensch in den tegenwoordigen
tijd uitgedrukt, dan heeft weder de verhalende •■nooxi-
schikking plaats: God geve, dat het%tlzoo geschiede l
de hemel beware u!
351.. Wanneer in eene rede de voegwoorden
indien, -wanneer, schoon en andere weggelaten wor-
den: komt hij, dan is het goed, dat is, wanneer,
of indien hij komt. Zie ik hem, dan zal ik het
hetn zeggen, dat is, wanneer ik hem zie. Mag het
u gebeuren, dat is, indien het u gebeuren mag.
Hadden mijne zvnnm mij niet bedrogen, dat is,
wanneer mijne zinnen mij niet bedrogen haddm.