Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
«98, nederduitsche
vervoegd werkwoord, staan alle nadere bepalingen
en otnsclirijvingen tusFchen hetzelve en het deel-
woord , of de onbepaalde wijs: wii zij» gisteren
ongemeen vriendelijk door hem ontvangen ^ewor-
den. Ik zal, waarschijnlijk, heden nog in de stad
komen.
S. «36. Ook, wanneer twee onbepaalde wijzen
bij een werkwoord komen: ik heb hem laten gaan;
ik heb hem, terstond na die gewigtige ontdekking,
laten gaan. Ik wil het o, zonder eenige bedenking,
helpen uitvoeren,
437. Insgelijks, wanneer drie onbepaalde wij.
zen in eene rede voorkomen, hetwelk men echter
zoo xreel mogelijk moet vermijden, uit hoofde van
de duisterheid, welke daarmede dikwerf vergezeld
gaat: ik heb hem die zaak willert helpen uitvoeren', ik
heb hem die zaak met al mijn vermogen willen helpen
uitvoeren,
S- 1138. De onbepaalde wijs met te volgt onmid.
dellijk op het werkwoord en deszelfs nadere bepa-
lingen: ik beval hem te gaan', ik beval hem, dezen
morgen, in allen ernst, te gaan; terwijl de on-
bepaalde wijs hare nadere bepalingen en omschrij-
vingen voor zich neemt: ik beval hem, dezen mor-
gen, in allen ernst, terstond uit mijne oogen te
gaan.
§. 239. Somwijlen komt nog eene onbepaalde
wijs bij het werkwoord; in welk geval de onbe-
paalde wijs met te voorgaat: ik tvenschte hem te
ke-