Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
S p r a a k k u n s t. 297
iige lleef, op dien dag, in den verrukhendsten oord,
bij al de heioorliikhede» der lagchende natuur, ge-
heel zender .andoenin^. Plaatst men, in zulk een
geval, het naamwoord, waarop het werkwoord de
raasie betrekking he;ft, vooraan, dan verliest de
gat?sche rede veel van hare kracht, bij voorbeeld:
hij trad roor het gerigt, met een vroliik gelaat, uit
hoofde zijner onschuld. Het kaa echter ook voor-
aan , of bij het werkwoord gevoegd worden , wan-
neer het anders, door te groote omschrijvingen,
te ver van het w rkwoord zou verwilderd zijn,
bij voorbeeld: hi] trad voor het gerigt, met een
vrolijk gelaat, waarop de bewustheid zijner onschuld
duidelijk te lezen was.
S. 234. Op dezelfde wijs staan alle bijwoorden
achtet het vervoegde werkwoord, terwijl de bij.
woorden van tijd en plaats weder voorop gaan, en
die van hoedanigheid enz. volgen: de wind waait
hard; de wind waait verschrikkelijk hard-, de wind
waait heden verschrikkelijk hard', de wind woei, gis-
teren morgen , verschrikkelijk hard; de wind woei,
gisteren irorgen, bij ons, verschrikkelijk hard. Zoo
ook, wanneer het werkwoord bedrijvend is, en
eenen vierden naamval bij zich heeft: ik zag hem,
nog dezen morgen, hier, geheel opgeruimd. Ën met
de onbepaalde wijs eens werkwoords: ik zag, gis-
teren tegen don avond, de zwarte onweerswolken schie-
lijk Ovar hit bosch heendrijven.
435. Bij een, door middel van een hulpwoord,
T 5 ver.