Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst. 293
221. Moet een zelfstandig naamwoord ter na-
dere bepaling en verklaring van een ander zelfstan-
dig naamwoord dienen, dan staat het eerste door*
gaans achter; terwijl het dan daarop aankomt,
welk van befde voor het nader bepaalde of om-
schrevene moet aangezien worden: mijn vader de
koning. Uier strekt het woord koning ter omschrij-
ving, of nadere bepaling, van het woord vader.
Maar wanneer men zegt de koning mijn vader, dan
is het geval omgekeerd. Zoo ook: ik bezocht mij'
nen vriend, den leer aar N., en: ik bezocht den leer-
aar N., mijnen vriend,
s. 203. Wanneer het zelfstandige naamwoord
eenen tweeden naamval beheerscht, dan kan dezel»
ve insgelijks vooraan staan. Heeft het beheerschen-
de woord een voorzetsel bij zich , dan treedt dit
voor hel beheerschte woord: met des Lands, of
'j Lands, bewilliging, Deheerscht het voorzetsel
eenen naamval, of heeft het een bijwoord bij zich,
dan komen deze achteraan: de koning van Frank-
rijk; liefde tot de deugd; een slag van achteren
enz.
§. 223. Al wat onzelfstandig is, het vervoegde
werkwoord uitgezonderd, neemt datgeen, waar-
door hetzelve nader bepaald wordt, gewoonlijk
voor zich: zeer schoon', ongelooflijk groot; zijner
opmerkzaamheid waardig', een bijzonder schoon huis',
etn naar waarheid begeerig gemoed-, een fraai zin-
gende vogel. Hierom ook staat bij de zamengestel-
T 3 da