Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spo NEDERDülTSCHa
eigenliik, noch iets beheerschen, noch van eenig
ander woord beheerscht worden. Zii komen ech-
ter werkelijk met naamvallen voor,- doch deze wor-
den niet door de tnsschenwerpsels, maar alleen
door de betrekking bepaald, waarin men zich de
zaken of personen voorstelt, bij weike zij geplaarst
worden, als: ach, ik ellendige! o! welk een geluk!
vel hem, die het pad der deugd betreedt 1 wee u, in-
dien gif tegen uw geweten handelt!
5. 215. De tusschenwerpsels moeten, in eene re-
de, daar staan, waar de gewaarwordingen der zie-
le aanga Inid moeten worden. Meestal echter wor-
den zij aan het begin eener uitdrukking geplaatst,
om de gewaarwording, welke, bij hetgeen men
zeggen wil, gevoeld wordt, vooraf te kennen te
geven, als: ac^/ hoe klopt mij het hart! ha! vind
ik u hier? wee zoo gij dit doet! Maar ook in
het midden, en aan hgt einde, bij voorbeeld: ik
heb veel geleden, ach, zeer viel! ben ik dan, helaas,
voor het ongeluk geschapen? Alles is nu voor mij ver-
lor en, ach! wat zal ik zeggen, helaas!
TWEE.