Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
s p r a a k k u n s j.
«79
wanneer van zaken, en niet van personen gespro-
ken wordt; en wel van zulke zaken, welke als
een geheel beschouwd kunnen worden. Men zegt,
bij voorbeeld, van twee boeken, niet: leide be-
yah mij-, maar: beide bevallen mij.
§. 190. Over het gebruik van het algemeene
telwoord al, alle, is, in het eerste Deel, S» 337>
en verv., reeds het een en ander gezegd. Hier
Bioet nog aangemerkt worden, dat het dikwerf
dient, om den zin van het woord, waarbij het
gevoegd is, te versterken, bij voorbeeld: ik heb
daar toe alle reden; ik zeg het u met allen ernst;
ik heb alle achting voor hem-, wij hebben met alh
vlijt daaraan gearbeid. En moet het tegendeel
van alle, in dezen zin, uitgedrukt worden, dan
plaatst men het voorzetsel buiten voor hetzelve,
als: buiten allen twijfel; hij is buiten alle verden-
king enz,
191. Wij hebben boven (§. 127) reeds te
kennen gegeven, dat de telwoorden, in sommige
gevallen, als ware bijwoorden beschouwd worden ,
onverbogen blijven, en een enkelvoudig werk-
woord bij zich hebben, als: drie maal drie is
negen, enz. Alles, daarentegen , heeft een werk-
woord in het meervoud bij zich, wanneer het
volgende zelfstandige naamwoord meervoudig is,
bij voorbeeld: dat alles zijn onschuldige verma-
ken, enz.
§. 192. Aller, zijude de tweede naamval van
ket meervoud, bij den overtrelFendea trap der by-
S 4 voe-