Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
220
(nederduitsche
persoons vorderen. Zoo ook bij vele onpersoon-
lijke werkwoorden, in zoo ver zij eene bedrijven-
de beteekenis hebben: het bevreemdt mij\ het be-
treft «; het berouwt mij', het verwondert miji
het verdriet mij; het walgt mij enz.
179. Insgelijks vele onzijdige werkwoorden,
wanneer zij een bedrijf aanduiden, het welk on-
middellijk op een ander voorwerp overgaat, als:
zich eenen bogchel lagchen', bloed zweeten\ iets niet
kunnen gewennen; eenen weg gaan, dat is, op
eenen weg; de trappen op en af loopen. Zoo ook
eenige onpersoonlijke, als : het sneeuwt groote vlok-
ken; het hagelt heele steenen. Men vermijde ech-
ter, zoo bij onzijdige als bedrijvende werkwoor-
den , zulke vierde naamvallen, die de oorspronke-
lijke beteekenis van het werkwoord herhalen, als:
een goed leven leven ; den dood sterven; eenen strijd
strijden, enz. . Behalve, wanneer het zelfstandige
naamwoord eene bijzondere wijs te kennen geeft;
zoo zegt men, bij voorbeeld, zeer wel: eenen
natuurlijken,, eenen geweldigen dood sterven; eenen
bitteren drank drinken', eenen goeden strijd strij-
den, Ook worden de uitdrukkingen: ^fl«^
gadn, zijnen slag slaan, een schrift schrijven door
het gebruik gewettigd.
, §. 180. Eenige bedrijvende werkwoorden heb-
ben twee naamwoorden in den vierden naamval
bij zich, als twee verschillende namen van eene
en dezelfde zaak, of, waarvan het eene naam-
woord ter nadere verklaring eu bepaling van het
an-