Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst.
3
vamen; hi] schaamt zich te komen; ik stond hem tos,
te vertrekken; hij vertrouwt zich niet toe, het te zeg'
gen; hij geloojt, te moeten volharden; hij verhindert
ons, te spreken; hij verbood mij, het te zeggen; ik
beloof u te volgen; ik vergat te drinken; zij zit te
spinnen; hij ligt te slapen; te sterven; hij kwam te
overlijden; htj plagt sterk te spelen; ik stond te wach'
ten, ook: ik stond (was gereed^ te vertrekken, enz.
153. liisgelLiks met het verledene deelwoord,
zoo wel in deu lijdenden als bedrijvenden vorm; bij
voorbeeld: hij scheen door den slaap overmeesterd te
zijn; het smertte hem, zich overtrojfen te zien\ hij
meent, beweert het gezien te hebben; hij bekende,
het gedaan te hebben enz.; welke bewoordingen met
dat kunnen opgelost worden , als: het scheen, dat
hij door den slaap overmeesterd was; het smertte hem ,
dat hij zich overtroffen zag; hij beweerde, dat hij
het gedaan had, enz.
154. Hiertoe behooren ook ons zijn en hebben,
om daarmede eene mogelijkheid, of noodzakelijkheid
uit te drukken. Eene mogelijkheid: hier is iets
nieuws te zien; daaraan is niet te denken; bij hem
is niets te verdienen; hij is daar altoos te vinden,
kan daar altoos gevonden worden, enz, Eene
noodzakelijkheid: er is nog veel te betalen; ik heb
zog wat te doen, ik moet nog wat doen.
S> 155' Om het oogmerk, of de beweegreden der
handeling nader te doen blijken, wordt hei woordje
m daarbij geplaatst; bij voorbeeld: ik kom, om «
te spreken, om. bij u te blijven; wij leven niet, om
R 4 ie