Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
36d
nederduitsc he
6. Over de Verbinding va» het eene "werkwoord
met het andere.
146. De verbinding van het eene werkwoord
met het andere geschiedt, of door middel vail
voegwoorden, als: hij verhaalde het mij, en ver-
trok weder-, of door twee werkwoorden, waarvan
het eene het andere nader bepaalt, onmiddellijk
bij elkander te plaatsen; welk laatste hier alleen-
lijk in aanmerking komt. En daartoe bedient
men zich, in onze taal, of van het deelwoord,
of van de onbepaalde wijs met en zonder het
voorvoegsel te,
147. De deelwoorden kunnen, even als alle
bijwoorden, met een werkwoord verbonden wor-
den, bij voorbeeld: ik vond hem werkende-, de ge-
noegens des levens zijn onder de sterveliigm spaar-
zirtm uitgedeeld. Ook wordt, na het werkwoord
komen, de aard van het komen, door middel van
een verleden of lijdend deelwoord . uitgedrukt;
als: hij kwam gereden, gtloopen-, daar komt hij
aangetreden, enz,
148. Het verledene deelwoord wordt ook met
andere werkwoorden verbonden, als met gaan,
in verloren gaan; mat willen hebben, bij voorbeeld;
ik wil hem niet bespot hebben, hij wil het betaald
hebben, dat is: ik wil niet, dat men hem bespotte;
hii wil, dat het hem betaald worde.
§. 149. Sommige werkwoorden hebben de on-
bepaalde wijs achter zich zouder, andere met het
woord-