Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
ö58
nederduitsche
dat men niet zegt: hem gesproken hebbendey maar
wel: hij gesproken hebbende^ zal ik beginnen^ enz.
Doch, daar deze gansche spreekwijs uit eene ver-
keerde navolging van het gebruik der Latijnen
schijnt gesproten te zijn, zoo behoort men dezel-
ve, in onze taal, zoo veel mogelijk te vermijden,
en bij omschrijving zich dus uit te drukken: toen
dit afgedaan was, ging men tot andere zaken over;
nadat hij ^ nadat de koning gestorven verkoos
men eenen anderen i als hij gesproken heeft ^ zal ik
beginnen enz, (♦)
/
5. Over de hulpwoorden.
144. Wanneer verscheidene, bij elkander ge-
voegde werkwoorden, die in eenerlei betrekking
staan, een en hetzelfde hulpwoord vereischen,
dan bekleedt een de plaats van allen, welke, om
de lastige herhaling van een en hetzelfde woord
te vermijden, verzwegen worden: dingen, welke
ik
C*) Hierover is onder de Taalkenners altoos zeer verschillend
gedacht. Hij, die hetgeen over den zoo genoemden ablativus
(pï nominativüs)^absoïutus is, wil lezen, zie l. tem
kate AanUiding D.L, bl.381, en op hoofts Waarnemingen y
bl. 99 en 110.; HuijDECopER s , D. III., bl. 317 en
vervolgens; Nieuwe I^ijdragen^ D. II., bl, 341—37:1 , en de Brie-
ven van b. uüijdecoper cn de beide Broeders mattheus
enjustus van leeuwaarden, voor en tegen den
tivus absolutus, ia de werken van de :Maatschappij der Keded.
Letterkunde D. I.