Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 249
reeds genoeg bepaald wnrdt, zno behoeft deze
persoon geen voornaamwoord, nis: ga heen, en
doe desgelijks; zoekt, en gij zult vinden. Intus-
schen kan en moet het voornaamwoord gebezigd
worden, wanneer men den persoon met nadruk wil
aanduiden, of wanneer men den tweeden persoon
van eenen anderen onderscheiden moet, bij Toor-
bteld : siree' ^ij in mijne zaak; help gij mij dezen
last dragen. Indien hij het niet wil hebben, neem
gij het dan, enz.
Wanneer een zelfstandig naamwoord en
een werkwoord, in het begin eener rede, eene
zaak in haar geheel voorstellen, dan behoeft, in
derzelver bijzondere volgende deelen, noch het naam-
woord, noch het werkwoord herhaald te worden,
bij voorbeeld: ik verwacht vier grienden, twee uit
Amsterdam, en twee uit Gcuda. Koridon en Thirsis
hadden hun vee bijeen gedreven, Thirsis zijne scha'
pen . Koudon zijne geitjes.
123. Dikwerf wordt een werkwoord, hetwelk
op twee gedeelten eener rede betrekking heeft, in
een van beide verzwegen, bij voorbeeld: deze
verkiest den zeedienst, gene den landdienst. Ja-
kob sprak over zijne paarden, Pieter over zijne
koeijen. l en eenen behaa^i^t dit, den anderen dat,
Ach, dat hij meer deugd, zij minder geveinsaheii
hadde!
Q 5 2. Over