Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
fi4(5 n e d e'rduitsche
wnrdt gemeenlijk in den tweeden en derden naam-
val van het enkelvoudige getal, en in het mannelij-
ke geslacht, in de plaats van welke gebezigd, bij
voorbeeld: hi/ was de man, wiens vriend ik wilde
wezen wien ik zoo veel verschuldigd was, van wien
ik zoo veel goeds ontvangen had.
115. Is echter het voorwerp, waarop het be-
trekkelijke voornaamwoord slaat, een zelfstandig
naamwoord, dan wordt ook, wanneer het van het
onzijdige geslacht is, welk, of het welk, in plaats
van wat gebezigd, als : het goede, wat gij mij be-
uezen hebt, beter dat, of het welk enz. Het huis,
dat, of het weik gij gekocht hebt, nooit wat,
116 In de verbogene naamvallen wordt voor
welke, even als bij de vragende voornaamwoorden,
ook dikwerf waar gebezigd, doch mede alleenlijk,
wanneer men van zaken, en niet van personen
spreekt, als: het geld, waarmede ik u betaald heb,
de grond, waarop wij staan-, de gelegenheid, waar-
bij dit gebeurde', enz. Men zegt, of schrijft, der-
halve kwalijk: de bode, waarüoor ik tijding ot.t'
ving', de vrouw, waaraan ik mij verbond enz., in
plaats van: de bode, door wien, de vrouw, aan
welke enz. Den dichteren echter wordt hier we-
detom eenige vrijheid verleend.
E. OVER