Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
220 (nederduitsche
qelulkig maken. Het is daarom verkeerd, in zulk
een geval, het betrekkelijke voornaamwoord alleen
op het laatste te laten slaan, bij voorbeeld: dt
stad en het dorp, hetwelk hij verwoest heeft, voor
welke,
§. 108. Wanneer eene uitdrukking naar eene ge-
heele rede terug gevoerd wordt, dan wordt het
betrekkelijke voornaamwoord in het onzijdige ge-
slacht gebezigd: zij spraken over deugd en godS'
vrucht, dat mij zeer aangenaam was. Die zaak
heeft eenen slechten keer genomen , hetwelk ik wel ge-
vreesd had,
109. Welke, of dewelke, wordt, als het ei-
geniijkste betrekkelijke voornaamwoord, meest in
den deftigen stijl, het kortere die, dat ook voor
een ander voornaamwoord gebezigd wordt, in den
gemeenzamen stijl gebruikt, als: de gelukzaligheid
des tegenwoof digen en toekomenden levens, welke langs
verschillende wegen gezocht wordt. Hij woont in het
huis, dat zijn vader gebouwd heeft.
110. Wanneer het betrekkelijke voornaam-
woord le ver van ziin zelfstandig naamwoord ver-
wijderd is, dan wordt, om alle duisterheid te ver-
mijden, het zelfstandige naamwoord herhaald, bij
voorbeeld: ik bepaalde hem eene som, waarvoor hij
het huis en den tuin van zijnen broeder mogt koo'
pen, welke torn hi! echter nog met honderd gulden
kon verhoogen, in geval enz.
lil- De gebie>knde wijs der werkwoorden
duict, in de Nederduitsche taai, geen betrekkelijk
VüOi-