Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
243
houden, en van dien vreerndeling de eene of an-
dere bijzonderheid, opgeven zal , waardoor de be-
doelde vreemdeling van alle andere genoegzaam
ouderscheiden wordt (♦).
§.105. Dezelfde wordt ook zonder zelfstandig
naamwoord bij zich gebruikt, als: hij is nog de-
zelfde, die hij altoos was. Of met verzwiiging
van het laatste: hij is nog dezelfde- Om de kracht
van het eigene nog meer uit te drukken, wordt
er, somwijlen, even, of een, voorgevoegd, als:
hij is nog even dezelfde', ik bedoel juist eene en de'
zelfde zaak.
C. Betrekkelijke voornaamwoorden.
106. De betrekkelijke voornaamwoorden, die
eene uitdrukking naar een te voren genoemd voor*
werp terug voeren, komen met hetzelve in ge-
slacht en getal overeen; maar hangen, in opzigt
tot hunnen naamval, van de beheersching af, bij
voorbeeld: gij zijt de eerste, die mij dit zegt; de
torst, wiens dood betreurd wordt; dat is de man,
wien wij zoo veel te danken hebben; hij was de held,
welken wij in het leger zagen, enz.
107. Gaan twee of meer zelfstannige naam-
woorden, op welke het vooruaannvootd betrekking
heeft, vooraf, dan staat het in het meervondige
getal, als: wijsheid en deugd zijn het, welke ons
ge-
(*) Zie ook Deel I., §. 341.
Q a