Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst. 259
woorden ook als bijwoorden gebruikt, en blijven
onverbogen, bij voorbeeld: nu is hi] mijn (^de mij-
ne^; eindelijk is de bezitting uw. Ook vooraan:
zijn is de erfenis, uw is het rijk enz.
4. Vragende voornaamwoorden.
§. 93. Aangaande het gebruik van deze voor-
naamwoorden is het noodige reeds in het eerste deei
gezegd. Te dezer plaatse merken wij omtrent de-
zelve alleen dit nog aan, dat men in denzelfden
naamval moet antwoorden, waarin gevraagd wordt,
bij voorbeeld: wie heeft het u gezegd? hij. Van
wien is dit hoek? van mij. IVien behoort dit huis?
mijnen vriend. Wien zoekt gij? uwen broeder.
94. Wijders dient ook opgemerkt te worden,
dat in de plaats van de vragende voornaamwoorden ,
iu de gebogene naamvallen, dikwerf waar gebezigd
wordt; doch alleenlijk, wanneer men van zaken en
niet van personen spreekt, bij voorbeeld: waarvan
(van welke zaak) spreekt gij? Waarover ("over welke
zaak) zal men handelen? Maar niet: waarvoor houdt
gij mij? in plaats van: voor wien, voor welk eenen
persoon houdt gij mij? De dichters echter genieten
ook hieromtrent meer vrijheid.
5. Am'