Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 235
even als de persoonlijke, op het geslaclu van den
persoon zeiven, en niet op het woord, waarmede
de persoon aangeduid wordt, betrekkelijk gemaakt,
bij voorbeeld: de min (Cupitio) schiet zijne Xmtt ha-
ré) pijlen. Het messje viel en brak haar (niet zijn)
heen. Het uijf, ook het vrouwtje, geeft om hare
(niet zijne) kinderen niet. (*) Hierom zegt, of
schrijft incn ook aan eenen vorst: uwe hoogheid heeft
de grenzen van zijn gebied steeds verder uitgezet; en
aan eene vorstin: uwe hoogheid heeft de grenzen van
haar gebied enz. (f_),
8a. Twee cn meer, met en zamengevoegde
zelfstandige- naamwoorden van ecnerlei geslacht en
getal kunnen met een enkel bezittelijk voornaam-
woord volstaan, als: onze staat en rijkdom; hars
liefde en trouw, mijn goed en leven. Doch in ge-
val het geslacht verschillend, of liet eene zelfstandi-
ge naamwoord enkelvoudig, cn het andere meervou-
dig is, moet het bezittelijke voornaamwoord her-
haald worden, als: zijn rang, zijne eer en zijn
leven-, hij prees haren ijver en hare verdere goede
hoedanigheden.
83. Het gebruik van ccn bezittelijk voornaam-
woord, om daardoor de bezitting van liet voorgaan-
de zelfstandige naamwoord, of den tweeden naamval
aan te duiden, mag gerustelijk onder de taalfeilen
gerekend worden, uij voorbeeld: mijn vader zijn
broe-
(*) Zie ook ? 69.
^t} Zie Idea Hxgute Belgica grammat, p. 99.