Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
220
(nederduitsche
tien pond zwaar; dertig jaren oud; zes ellen lang;
drie stuivers waardig enz,
55. Zijn de bijvoegelijke naamwoorden deel-
woorden, dan regeren zij den naamval van het
werkwoord, waarvan zij ontleend zijn, als: do
alle verbeelding te hoven gaande goedheid van God»
En met van: een van verlangen smachtend gemoed',
haar van liefde kloppend hart enz.
§. 56. Wanneer de bezitting, of ontbering,
door een bijvoegelijk naamwoord uitgedrukt wordt,
bezigt men achter hetzelve de voorzetsels in eti
van, als: rijk in deugd, arm tan geest, enz.
Wanneer de plaats eener eigenschap aangewezen
wordt; dan gebruikt men insgelijks het voorzetsel
van, als: ligt van hoofd-, ziek van ligchaam-, ge-
zond van hart', klein van persoon', groot van ziel-,
zwart van oogen-, een vogel, schoon van vederen
enz,
57. |Een bijvoegelijk naamwoord wordt, of
als in betrekking tot een eenig ding alleen gebe-
zigd, als: eene schoone bloem, of de bloem is
schoon; de berg is groot enz.; of deszelfs betee-
kenis wordt tusschen twee dingen verdeeld,
en wel in eene gelijke of ongelijke maat. Het eer-
ste geschiedt door middel van de woordjes zoo
en alsi zoo schoon als eene roos', hij is zoo groot
als gij-, terwijl men, om de gelijkheid nog duide-
lijker aan te wijzen, het woordje even dikwerf
daar bij voegt , als: hij is even zoo oud als gif-,
dat is even zoo zwaar als dit enz.
58.