Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
nederduitsche
geene uitzondering, dewijl zij geene bijvoegelijk«
naamwoorden zijn.
§. 4.0. De bijvoegelijke naamwoorden en deel-
woorden worden bij ons zonder verbuiging, of
als bijwoorden, gebezigd, wanneer zij zonder lid-
woord achter een zelfstandig naamwoord ko-
men (_*), Zoo zegt men: wi; bewonderen inlVas^
hington eenen dapperen en menscfiiievenaen held;
en hier zijn dapper en menschltevend bijvoegelijke
naamwoorden; maar zij nemen de gedaante van
bijwoorden aan, wanneer wij dezelve dus plaatsen:
jvfj bewonderen in Washington eenen held, even
menschlievend als dapper. Een kind gezond en vro'
lijk. Ik ken eene vrouw, jong, schoon, kuiseh en
deugdzaam. Ook achter de werkwoorden zijn,
worden, blijven. Wij zeggen, bij voorbeeld: een
dikke lucht; goede, betere wijn ; stoute jongens;
maar: de lucht is dik; de wijn wordt beter; de
beide jongens blijven stout.
41. Daar de bijvoegelijke naamwoorden de
eigenschap, of hoedanigheid, van personen, of
zaken, voorstellen, kunnen zij niet zonder een
zelfstandig naamwoord plaats hebben, dewijl dc
zaak dient genoemd te worden, aan welke men
zekere eigenschap, of hoedanigheid, toekent. Er
zyn echter twee gevallen, waarin een bijvoegelijk
naamwoord gebruikt kan worden, zonder zijn zelf-
standig naamwoord onmiddellijk bij zich te heb-
ben;/
(•) L. tïk kate, .Aanltiding enz. D. I. bl. 348-