Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
aoo nederduitsche
3. Verbinding van (wee of meer zelfstandige naam*
woorden, in eene ongelijke betrekking,
39. Belang- en talriiker zijn de gevallen, waar-
in twee naamwoorden in eene ongelijjee betrekking
met elkander verbonden worden; en dit geschiedt
op driederlei wijs; i. Door een voorzetéel, als:
liefde tot de deugd-, menschen uit de stad', zegen
van den Hemel; hoop op hetere lijden. 2. Door
verbuiging der woorden in den tweeden naamval,
bij voorbeeld: de kortheid des tijds-, de waa/de
des menschelijken levens, enz. 3. Of door het ach-
terste naamwoord onveranderd te laten, behalve
dat het, somwijlen, naar gelang der omstandighe-
den , in het meervoud gesteld wordt, bij voor-
beeld: een bos druiven enz. Doch dewijl over de
betrekkingen, door voorzetsels uitgedrukt, in het
eerste deel reeds gehandeld is (.*}, zullen wy
hier bij de twee laatste bijzonderheden alleen stil
staan.
33. Wanneer twee zelfstandige naamwoorden
derwijze met elkander verbonden worden, dat zij
slechts een denkbeeld uitmaken, dan wordt de s,
als het teeken van den tweeden naamval, alleen
achter bet laatste gevoegd, en men zegt, bij voor-
beeld : koning Lodewijks dood', keizer Napoleons
regering', graaf Hendriks lotgevallen', oom Jakobs
win-
(*} D. I. W. 19? CE 198.