Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
l6i
liongersnood ontvolkten gelijktijdig het land\ — hij
vreest noch God, noch memchen, noch wetten.
§. 29. Er zijn nog meer voegwoorden, die in
«ene gelijke betrekking staande naamwoorden, of
bevestigender, of ontkennender wijze, of het eene
bevestigender, en het andere ontkennender wijze,
met elkander verbinden : zoo wel geluk , ah eer en
roem zijn uw loon — niet de menschen, maar God
vreezen — niet alleen de menschen, maar ook God
vreezen.
30. Twee of meer bij elkander gevoegde naam-
woorden zijn ook verscheidene benamingen van
eene en dezelfde zaak, en s'aan, buiten de beheer-
Eching, in denzelfden naamval, als: mijn vader de
koning; de stad Rotterdam; de Engel Gabriel; mijn
broeder Jakob.
31. Dikwerf is van twee naamwoorden het
laatste de verklaring van het eerste; in welk geval
zij wel in eenerlei naamval, maar niet noodzakelijk
in eenerlei getal staan: ik ga naar Amsterdam, de
grootste stad van het Bataafsche Gemeenebest. Zeg
aan uwen broeder, thans mijnen leermeester, dat
enz. De geschiedenis, die groote leermeesteres der
menschen. Onder Konstantijn, den eersten christen
keizer. Het kind, de blijdschap zijner moeder, de
hoop z'jns vaders. Uwe dwaasheden, de eenige bron
uws ongeluks. De boeken, onze uitspanning. Ook
met als: het hevel van Karei, als opperiten Veldheer.
Ik beschouw de menschen als menschen, niet als
engelen.
O 4 3. ^ar-