Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
acö NEDERDUITSCHE
r
hw, naast elkander staan, maar n»oeten dikwerf^
Soor buiging en vervoegfng, zékeré'vera'hderingen
aannemen. En d« woor<ien, welke aan geene ver-
andering onderhevig zijn, mogen ook niet, onver-
schillig wlfar, geplaatst wordae, maar moeten, door
middel der woordvoeging, hunnen regten stand ver-
krijgen, om, langs dezen weg, onze denkbeelden,
door verstaanbare uitdrukkingen, aan anderen mede
te deelen.
3. De woordvoeging is, derhalve, de aanwij'-
zinu van die onderlinge betrekking en beheersching
der woorden, en van die orde en schikking van de-
zelve, om eenen zin, of eene rede, uitte maken,
welke, volgens de natuurlijke orde en betrekking
der denkbeelden in des menschen geest, en volgens
de bijzondere eigenschappen en wetten eener tale,
gevorderd wordt.
4. Uit het eerste oogpunt beschouwd, is de
woordvoeging \om slle talen gemeen, uit het laatste
is zij voor elke taal bijzonder. Het is hier de
plaats alleeïi, om over die woordvoeging te handelen,
welke aan de Nederduitsche taal, iu ouderscheiding
van andere talen, eigen is.
A. OVER de lidwoouden, EN WEL i
OVER HET GEBRUIK VAN DEZELVE
bjj ZELFSTANDIGE NAAMWOORDtN.
5. Wanneer eene zaak in den onbepaaldsten
zin voorkomt, wordt er geen lidwoord bij het nnam-
woord