Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
192 nederduitsche
den, bij voorbeeld: ten eerste, ten laatste, op
nieuw, in aller ijl, van dag tot dag, van jaar
tot jaar, bij dag, bij nacht, des daags, des nachtt,
des morgens, te weten, het zij zoo, ot> wat wijs,
in geenen deele, naar binnen, naar buiten, naar
boven, naar onder, regt toe, regt aan, van voren ,
van achter, van elders, van verre en van nabij,
anders heinde en veer, heen en weder, van alle zij-
den enz.
3. Over de voorzetsels,
g6a. De voorzetsels zijn eene soort van bij-
woorden , van de gewone bijwoorden alleen daarin
onderscheiden, dat deze altijd tot werkwoorden be«
hooren, en geenen invloed in het geheel op de
naamvallen der zelfstandige naamwoorden hebben,
terwijl de voorzetsels zoo wel bij de naamwoorden,
als bij de werkwoorden gevoegd, en aan dezeive
gehecht worden, de eerste met de laatste verbinden,
of de omstandigheden en betrekkingen aanduiden,
waarin de naamwoorden door de werkwoorden ge-
plaatst worden.
§, 363. De voorzetsels laten zich gevoegelijk in
twee soorten verdeden, in onscheidbare en scheid'
hare. Van beide deze soorten hebben wij boven,
bij de zamengestelde werkwoorden, in zoo verre als
zij met de werkwoorden verbonden worden, reeds
gesproken. Hier ter plaatse zullen wij omtrent de-
xclve echier nog het cen en ander in het midden bren-
gen.