Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
182 nederduitsche
334- Beide, beteekenende zoo veel als alle
twee, wordt dan gebezigd, wanneer twee dingen
re zamen genomen, of als te zamen genomen be-
schouwd worden. Het komt meest in het meer-
voudige getal voor, zoo wel als b^voegelijk, met
een zelfstandig naamwoord, als op zich zelf, en
zonder een zelfstandig naamwoord : aan beide oogtn
blind zijn — beide mijne zusters. Ook zonder zelf-
standig naamwoord: met beider bewilligir'g.
§ 335» Wijders worden de telwoorden met het
woord half, halve, zamengesteld: anderhalf (soat
anderde half, dat is de tweede half, ter helft van
de tweede), derdhalf {ét derde half, ter helft van
de derde), yicrdhalf, ytjfthalf, zesthalf, zevend'
half, achthalf enz. , — tiendhalf uur gaans.
S 336. De algemeene telwoorden, die zoo wel
onder de voornaamwoorden, als onder de bijvoe-
gelijke naamwoorden kunnen gerangschikt worden ,
duiden het getal slechts algemeen aan, zonder een
zeker bepaald getal te bedoelen, en zijn weder
van verschillenden aard. Zij bevatten of alle een-
heden onbepaald, als: al, ieder, iegelijk, elk en
geen; of een aanmerkelijk gedeelte van dezelve,
als: veel, menig; of slechts een klein gedeelte,
als: weinig, eenig (niet het bijvoegelijke naam-
woord, als; de eenige God), ettelijk», sommige.
§. 337. /il, alle duldt, uit hoofde dat het de
zelfstandigheid eener zaak "genoeg bepaalt, geen
lidwoord voor zich; uitgezonderd, wanneer he
als zelfstandig gebezigd wordt, bij voorbeeld: het