Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. l6i
AANTOONENDE WIJS. AANVOEGENDE WIJS.
Gij zult geven. Dat gij' zoudet geven.
Hij' zal geven. Dat hij zoude geven.
Meirvoudig, Meervoudig.
Wij zullen geven. Dat wij zouden geven.
Gij zult geven. Dat gij zoudet geven.
Zij zulkn geven. Dat zij zouden geven.
Tweede toekomende tijd.
Enkelvoudig. Enkelvoudig.
Ik zal gegeven hebben, Dat ik zoude gegeven heb-
hen.
Gij zult gegeven hebben. Dat zoudet gegeven heb-
ben,
Hi| zal gegeven hebben. Dat hij zoude gegeven heb-
ben.
Meervoudig. Meervoudig.
Wij zullen gegeven heb- Dat wij zouden gegeven
ben, hebben,
Gij zult gegeven helbtn, Dat gij zoudet gegeven heb-
ben,
^ij zullen gegeven heb- Dat zij zouden gegeven heb-
ben. ben.
CEBIEDENDE WIJS.
Enkelvoudig: geef g\].
Meervoudig: geeft gij.
(Lij-