Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
167
aantoonende wijs. ' aanvoegende wijs.
Tegenwoordige tijd.
Enkelvoudig.
Ik word gedrukt.
Gij wordt gedrukt,
Hij wordt gedrukt*
Meervoudig.
Wij worden gedrukt.
Gij wordt gedrukt.
Zij worden gedrukt.
Enkelvoudig.
Dat ik gedrukt worde.
Dar gij gedrukt wurdet.
Dat hij gedrukt worde.
Meervoudig.
Dat wii gedrukt worden.
Dat gij gedrukt werdet.
Dat zij gedrukt worden.
Onvolmaakt verledene tijd.
Enkelvoudig.
Ik werd gedrukt.
Gij werdt gedrukt.
Hij werd gedrukt.
Meervoudig.
Wij werden gedrukt.
Gij werdt gedrukt.
Zij werden gedrukt.
Enkelvoudig.
Dat ik gedrukt wierde.
Dat gij gedrukt wieraet.
Dat hij gedrukt wterde.
Meervoudig
Dat wij gedrukt wier den.
Dat gij gedrukt wierdet.
Dat zij gedrukt wierden.
Volmaakt verledene tijd.
Enkelvoudig.
Ik hen gedrukt gewor
den, of geweest.
Gij zijt gedrukt gewor
j den, of geweest,
Enkelvoudig.
• Dat ik gedrukt geworden,
zij, oigeweest zij,
■ Dat gi] gedrukt geworden
zijt, of geweest zijt,
l 4 aan-