Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
nede rduitsche
AANTOONENDE WIJS.
Gij W/tart geworden.
Hij was geworden.
Meervoudig.
Wij waren geworden.
Gij waart geworden,
Zij waren geworden.
AANVOEGENDE WIJSé
Dat gij wäret geworden.
Dat liij ware geworden.
Meervoudig.
Dat wij' waren geworden f
Dat gij wäret geworden.
Dat zij waren geworden.
Eerste toekomende tijd.
Enkelvoudig.
Ik zal worden,
Gij zult worden.
Hij zal worden.
Meervoudig.
Wij zullen worden ,
Gij zult Worden,
Zij zullen worden.
Enkelvoudig.
Dat ik zoude worden.
Dat gij zoudet worden ^
Dat hij zoude worden.
Meervoudig.
Dat wij zouden worden,
Dat gij zoudet worden.
Dat zij zouden worden.
Tweede toekomende tijd.
Enkelvoudig.
Ik zal geworden zi tt.
Gij zult geworden zijn.
Hij zal geworden zijn.
Meervoudig.
Wij zullen geworden zÜn,
Gii zult geworden zitn,
Zij zullen geworden zijn.
Enkelvoudig.
Ik zoude geworden zijn.
Gij zoudet geworden zijn.
Hij zoude geworden zijn.
Meervoudig.
Wij zouden geworden ziin,
Gi| zoudet geworden zi n.
Zij zoutten geworden zijn.
GE-