Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
158
ne d erduitsche
AANTOONENDE WIJS.
Meervoudig.
Wij zijn.
Gij zijt.
Zij zJjn,
AANVOEGENDE WIJS.
Meervoudig.
Dat wij zijn ,
Dat gij zijt,
Dat zij zijn.
Enkelvoudig.
Ik was.
Gij waart.
Hij was.
Meervoudig.
Wij waren,
Gij waart.
Zij waren.
Onvolmaakt verledene tijd.
Enkelvoudig.
Dat ik ware.
Dat gij wäret.
Dat hij ware.
Meervoudig!
Dat wij waren.
Dat gij wäret.
Dat zij waren.
V&lmaakt verledene tijd.
Enkelvoudig.
Ik ben geweest.
Gij zijt geweekt.
Hij is geweest.
Meervoudig.
Wij zijn geweest.
Gij zijt geweest.
Zij zijn geweest»
Enkelvoudig.
Dat ik zij geweest,
Dat gij zijt geweest.
Dat hij zij geweest»
Meervoudig.
Dat wij zijn geweest.
Dat gij zijt geweest,
Dat zij zijn geweest.
Meer dan volmaakt verledene tijd.
Enkelvoudig.
Ik was geweest.
Enkelvoudig.
Dat ik ware geweest.
Gij