Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst. ï53 '
hebben, gij zult geprezen zijn, wij zullen gestorven
zijn, enz,
S. 312. Deze tweedcriei toekomende tijd, zeiden
wij, heeft ook in de aanvoegende wijs plaats ; en de
eerste beteekent daar , dat iets voorwaardelijk, of op
eene onderstelling, toekomend is; ik zoude prijzen,
gij zoudt geprezen worden, wij zouden sterven enz.
De tweede toekomende tijd der aanvoegende wijs geeft
te kennen, dat iets vooiwaardelijk, of op eene on-
derstelling , toekomend geweest is; ik zoude geprezen
hebben, gij zoudt geprezen zijn, wij zouden gestorven
zijn enz,
5. Voorbeelden van vervoeging,
S» 313. Het hulpwoord hebber.^
ONBEPAALDE WJJS.
Tegenwoordige tijd: hebheni
Verledene tijd: gehad hebben.
Toekomende tijd: te zullen heiben.
DEELWOORDEN.
Tegenwoordige tyd: hebbende,
Verledene tijd : gehad hebbende.
Toekomende tijd; zullende hehlen,
AANTOONKNDE WIJS. AANVOEGENDE WIJS.
Tegenwoordige tijd.
Enkelvoudig. Enkelvoudig.
Ik heb , Dat ik hebbe,
K 5 Gij