Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 151
gif laait, ik nam, gij naamt, ik at, gij aat, ik lag,
gij laagt enz. Deze t valt echter weg, w-mneer
het werkwoord in het zakeliji<e deel eene f heeft,
cn de eerste persoon des onvolmaakt verledenen
tijds op eene t stuit, als: sluiten, ik sloot, —gij
sloot; — bersten, ik borst — gif borst.
§. 307. Ten aanzien van den eersten en derden
persoon , in het enkelvoud van den onvolmaakt
verledenen tijd, welke altoos aan elkander gelijk
zijn, kan men aanmerken, dat dezelve, als zoo-
danig., nooit eene t achterop hebben, ten zij tot
het zakelijke deel des werkwoords eene t behoo-
re, welke door alle tijden en wijzen moet behou-
den wbrden Zoo zegt man, b. v.: ik had, hij
had — ik deed, hij deed — ik las, hij las — ik
gaf, hij gaf — ik leefde, hij leefde enz.; dsaren-
tegen: ik at, hij at — ik zat, hij zat —ik spoot,
hij spoot enz. Verkeerdelijk schrijft men derhal-
ve hij hadt, badt, deedt, stondt, vondt enz.
30H. V^an dezen regel zijn die onregelmatige
werkwoorden uitgezonderd , welke , schoon in het
zakelijke deel geene t hebbende, echter in den
eersten en derden persoon van den onvolmaakt
verledenen tijd, met eene t gebezigd worden, »Is:
plegen, ik plagt, hij plagt — brengen, ik bragt,
hij bragt — denken, ik dacht, hij dacht — mogen,
ik mogt, hij mogt — koopen, ik kocht, hij kocht
— zoeken, ik zocht, hij zocht-, en, in den derden
persoon, dunken, mij dacht,
%• 309- 3« De volmaakt verledene tijd, welke
K 4 door