Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
177
soft. I. De tegenwoordige tijd der aantoo-
nende wijs duidt aan, dat de zaak, waarvan men
spreekt , in hetzelfde oogenblik , waarin ineii
spreekt, plaats heeft > als: ik y^ord bemindy zij
leven ^ slaapt enz.
S- 303 Alle werkwoorden hebben, in den twee-
den en derden persoon van den tegenwoordigen
tijd, in het enkelvoudige getal, eene als; gij
en hiß zegt^ leest enz. (*) Zoo ook die werk-
woorden, welke eene d in hun zakelijk deel heb-
ben, als: ^ij en hij brandt^ zendt ^ bidt ^ wordt
enz. Hiervan echter zijn, in opxigt tot den der-
den persoon, hij isy kan^ zaly mag ea ml uitge-
zonderd. (t)
5 304, 2. De onvolmaakt verledene tijd, welke
uit het woord zelf gevormd wordt, stelt eene
zaak voor, die voorbij is, op den tijd, waarin
men spreekt, maar nog duurde, op den tijd, waar-
van men spreekt5 of, die eene handeling aanduidt,
welke nog niet geheel voorbij is, wanneer eene
andere begint: ik werd bemind — zij leefden — gij
sliep» Toen ik hem prees^ lachte hij enz.
O Voor het jaar 1300 yervoegden onze Voorouders de werk-
woorden aldus: ik stelle , du stelles, bi stelltt ^ wi stellen^ gi
stellistf xi stelhnt y enz. Zie Iden ling. Belgic, pag. 64, Deze
\ervoeging, waarbij elke persoon, door verbuiging van hec woord
zelf, op het duidelijkste onderscheiden wordt, is, door verlo«'])
van tijd, ongelukkig in onbruik geraakt.
Cl) Zie L, TEN KATE, D. I., bl, z70 en verv,
K 3