Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
ne d erduitsche
heeft, als: hoor, of hoort gij, enz. Hoor hij is
in geen gebruik; en hij hoore is niets anders, dan
de derde persoon van de aanvoegende wiis
395. Sedert men het enkelvoudige persoonliike
voornaamwoord du verworpen , en met het meer-
voudige gij vervangen heeft hebben wij het on-
derscheid in den tweeden persoon van het enkel-
en meervoud verloren, en wij zeggen, zoo wel van
eenen, als van meer personen: gij leest, gij hebt
gelezen, gij zult lezen enz Wanneer wij dit nu
op de gebiedende wijs der werkwoorden toepassen,
dan is het regelmatig, zoo wel tot eenen, als meer
personen te zeggen: leest, loopt, spreekt gij enz.
Doch zoo algemeen als men du, en daarmede den
tweeden persoon van het enkelvoud der werkwoor-
den , verworpen, en met dien van het meervoud
verwisseld heeft, bijna even zoo algemeen is het
aangenomen, het enkelvoud der gebiedende wijs
zonder, en het meervoud met eene t uit te druk-
ken , als: hoor gij, hoort gij; onaangezien in hoor
gij, een meervoudige persoon bij een werkwoord
in het enkelvoud gevoegd wordt.
296 Hierbi.) moeten wij nog aanmerken, dat,
daar geene letter, welke tot het zakelijke deel des
woords, en niet tot den uitgang behoort, mag ver-
worpen , maar door alle tijden en wijzen heen moet
behouden worden, men zich geene verkorting van
het ei'kelvoud der gebiedende wijs van sommige
werkwoorden, als: branden, treden, zenden, how
den enz , mag veroorloven, cn bran, tree, zen,
hou