Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
144 ne d erduitsche
in den verledenen tijd, waarvan het eerste bedrij-
vende, en het andere lijdende genoemd wordt,
schoon dit zoo wel eenen bedrijvenden a1s lijden-
den zin heeft, naar mate het hulpwoord, dat het-
zelve voorgaat, zulks vordert, als: ik heb-gehoord
en ik ben gehoord — gehoord hebbende en gehoord
zijnde.
290. De bedrijvende deelwoorden hebben den
uitgang de achter de onbepaalde wijs, als; hoo-
rende, dreigende, drukkende, hopende enz ; de lij-
dende hebben d of t, met voorvoeging van gc,
als: gehoord, gedreigd, gedrukt, gehoopt enz.; om-
dat huoren en dreigen, in den onvolmaakt verlede-
nen tijd hooide, dreigde, en drukken en hopen druk-
te en hoopte hebben Sommige verledene, of lij-
dende deelwoorden gaan uit opc», met voorvoeging
van ge, ais: geslagen, gebannen , gelugchen. Doch
dit voorgevoegd ge valt weg, wanneer de werkwoor-
den, waarvan de deelwoorden afkomen, met een
der onscheidbare voorvoegselen be, ge, her, ont,
ver enz., zamengesteld zijn, als: beleven, beleefd,
geleiden, geleid, hernemen, hernomen, ontslaan,
ontslagen, vervloeken, vervloekt enz.
5. 291. Dat de bedrijvende en lijdende deelwoor-
den als van de werkwoorden afgeleide bijwoorden
gebezigd worden, blijkt daaruit, dat men zegt:
ik ben wachtende, en: zij zijn wachtende; ik wordt
bemind, en: zij worden bemind-, het boek is gele
zen, en: de boeken waren gelezen; de vrouw is ver-
sierd, en: de mannen zijn versierd.
292.