Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
168 ne d erduitsche
woord verbonden wordt, ziin geene andere, da»
de derde en vierde, bij voorbeeld: zich uiten,
ztch ontfermen, zich bezinnen, zich bepalen, zich
schamen, zich verzetten, de vierde naamval; zich
inbeelden, zich aanmatigen, zich herinneren, de
derde naamval.
a8j. 5. Onpersoonlijke werkwoorden worden
zoodanige genoemd, welke de persoonlijke veor-
jiaamwocrden ik, gij, htj enz. niet voor zich
dulden, maar dezelve, in de verbogene naamval-
len, als mii, «, hem enz. achter zich nemen, en
over het a'gemeen, door de voorzeiiing van het
woordje het, gekend worden, als: het dondert,
het reg(r't, het sneeuwt enz.; het berouwt mij,
het Spijl u, het verdriet tien en7,.
"^282 De onpersoonhjkheia van deze werk«
woorden slnit derhalve :iiet in, dat zij gevnen per-
soon in het geheel bii zich, maar alleen, dat zij
geen persoonlijk voornaamwoord voor zich gedoo-
gen. Wij hebben geen denkbeeld van een werk-
woord zonder eenen werkenden persoon , te meer ,
daar taalkundig niet alleen de mensch, maar alles
in de natuur, ieder levenloos ding zelfs, werkt
en handelt. Konde men nu, in de kindschheid der
taal, sommige natuurverschijnsels niet oplossen,
en de vraag: wie doet, of wie werkt dat ? niet be-
antwoorden; dan litt men den werkenden persoon
ongenoemd, en stelde het algemeene en niets be-
palende het in deszelfs plaats: het hagelt, het v nest,
het waait, het dondert, het hUksemt enz.; het-
welk