Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst. 139
roepen, zich verantwoorden, zich wachten enz.
Zegt men nu: de vader vergenoegt zich, dan werkt
hij hier op zijnen eigenen persoon, hij is hande-
lend, in zoo verre het vergenoegen van hem uit-
gaat; en hij is lijdend, in zoo verre het weder tot
hem terug keert.
278 Alle wederkeerige werkwoorden zijn der-
halve bedrijvende werkwoorden; doch alleen in zoo
verre zij een lijdend voorwerp bij zich hebben,
waarop hunne werking overgaat, en wordendaar-
om ook, zonder uitzondering, in de vervoeging,
met het hulpwoord hebben verbonden: ik heb mi;
geschaamd, gij hebt u verwonderd, zij hadden zich
verblijd enz.
2:9. Naardien alle werking, door middel van
een wederkeerig en persoonlijk voornaamwoord,
tot het werkende wezen terug gevoerd kan wor-
den, zoo laten zich ook de meeste werkwoorden
als wederkeerige gekruiken, bij voorbeeld; zich
wasschen: ik wasch mij; zich bedriegen: gij be-
driegt «; zich vereenigen: wij vereenigen ons; zich
snijden: ik sneed mij; zich branden: gij brandt u;
zich slaan: hi; slaat zich, zij slaan zich enz.
Volstrekte, of eigenlijke wederkeerige werkwoor-
den zijn intusschen die , v/elke niet anders gebe-
zigd kunnen worden, als: zich aanmatigen., zich
behelpen, zich beroemen, zich bezinnen, zich scha-
men, zkh vergissen enz.
280 De naamvallen der wederkeerige en per-
soonlijke vooraaamwöordsn, waarmede het werk-
woord