Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst.
137
dragtig: hij httft voor mij gekropen. Ook wan»
neer onzijdige werkwoorden bij oneigenlijk gebezig-
de zelfstandige naamwoorden gebruikt worden,
als 2 het water is door de goot geloopen, en: de ^ot
heeft geloopen. Het water is zeer hoog uit de fon-
tein gesprongen, en : de fontein heeft weder gapron-
gen. Al de wijn is uit het vat gelekt, en: het vat
heeft gelekt enz. (.*)
275. Sommige werkwoorden zijn, volgens
hunne natuur, onzijdig, en kunnen nimmer bedrij-
vend gebruikt worden, als; beven, bersten, be-
zwijmen , gelden, ontluiken, spruiten, zwellen enz.
Andere, daarentegen, komen in eenen onzijdigen
en bedrijvenden zin tevens voor, als: slaan: de
klok slaat (onzijdig), en: ik sloeg den hond (be*
drijvend); klemmen-, de deur ^/êot/(onzijdig), en:
ik klem mijne hand (bedrijvend''; bederven: de
spijs bederft (onzijdig), en: hij bederft zijne klee-
deren (bedrijvend; smelten: het was smelt (onzij-
dig) , eni: ik smelt wns (bedrijvend); genezen: de
wond zil wel genezen (onzijdig), tn: hiermede ge-
neest men zulke wonden (bedrijvend' enz.
§. 276. Eigenlijk pezegde onzijdige werkwoor-
den kunnen nimmer den lijdenden vorm aannemen,
noch eenen vierden naamval beheerschen. Onaan-
gezien dit, kunnen zij echter met den vierden
naamval verbonden worden, gelijk blijkt uit de
spreek-
0 Zie als boven, bl. 143.
I 5