Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst. 133
flöf). 2. Wanneer vvg niet zelve handelen,
maar de handeling van een andtr vvtrkend wezen
lijden . dan wordt het werkwoord, dat deze han-
deling aanduidt, een lijdend werkwoord genoemd,
als: bemind, gehaat, geslagen, gtdi agcn worden.
Ilct boven reeds gegeven voorbeeld kan ook hier
gelden. De vader onderwijst den zoon. Mier wordt
gezegd, wat de vader'doet; en de zoon is het
voorwerp der handeling van den vader. Wanneer
men nu de handeling zoo voorstelt, dat zij door
den zoon geleden wordt, dan heet het: de zoon
wordt onderwezen van den vader-, en het werk-
woord is lijdend.
§. 267. De iNederduitsche werkwoorden hebben
door eigene vervoeging geenen lijdenden vorm,
tnaar moeten dien van het verledene deelwoord en
de hulpwoorden zijn en worden ontleenen, gelijk
uit de boven aangehaalde voorbeelden blijkt; ter-
wijl dit verleden deelwoord, zoo wel in eenen
bedrijvenden als lijdenden zin, gebezigd wordt,
naar mate het hulpwoord, hetwelk hetzelve voor-
gaat, zulks voraert; want men zegt zoo wel ik
heb bemind, als ik ben bemind.
5 263. 3- Er zijn ook werkwoorden, welke nodi
als bedrijvend, noch als lijdend kunnen be.^chouwd
worden, en daarom den naam van onzijdige werk-
woorden dragen, als: staan, z-tten, Itggen, val-
len, blijven enz. Zij duiden wel iets aan , dat aan
eene handeling gelijk is, doch deze handeling gaat
niet werkelyk tot een ander voorwerp over, maar
I 3 blijft